
Tijdens mijn stage heb ik me verdiept in de vroegmoderne sodomievervolgingen in de Noordelijke Nederlanden (1230–1729). Dat is een periode waarover wél bronnen bestaan, maar die vaak lastig te interpreteren zijn: ze zijn juridisch, fragmentarisch, soms cryptisch en vragen veel context om verantwoord te kunnen gebruiken. Juist daarom heb ik een onderzoeksgids ontwikkeld die uitlegt hoe je met dit soort bronnen kunt werken zonder in anachronismen of aannames te vervallen. De gids maakt een moeilijk onderwerp toegankelijk voor studenten, docenten en andere geïnteresseerden.
Op onze website schrijven wetenschappers en studenten regelmatig over lhbtqia+-onderzoek. Lees hun bijdragen op ons blog. Vandaag het stuk van oud-IHLIA-stagiaire Nadine Gerwen.
Daarnaast heb ik een lespakket voor het voortgezet onderwijs gemaakt over sodomievervolgingen in de 18e eeuw. Omdat queer geschiedenis in het algemeen, maar van vóór 1800 nog meer, weinig wordt besproken in het onderwijs, heb ik het materiaal zo ontworpen dat leerlingen op een veilige, begrijpelijke en nieuwsgierigmakende manier kennismaken met deze geschiedenis. Met bronnen, opdrachten en reflecties laat het pakket zien hoe normen, rechtspraak en ideeën over seksualiteit door de tijd heen veranderen.
Inleiding op de onderzoeksgids
Historisch onderzoek naar sodomievervolgingen vóór 1730 in de Noordelijke Nederlanden vraagt om een zorgvuldige omgang met uiteenlopende, vaak fragmentarische en normatief gekleurde bronnen. Deze gids helpt onderzoekers en studenten om dit bronnenlandschap te begrijpen en verantwoord te gebruiken.
Sodomie verwees in de vroegmoderne periode niet naar moderne seksuele identiteiten, maar naar een brede categorie verboden handelingen, waaronder seks tussen mannen, bestialiteit en andere ‘onnatuurlijke zonden’. Het begrip functioneerde binnen zowel de kerkelijke als de wereldlijke rechtspraak en speelde een rol in discussies over orde, moraliteit en sociale controle. Juist omdat de term zo anders werkt dan hedendaagse begrippen als ‘homoseksualiteit’ of ‘queer’, is historisch onderzoek naar sodomie methodologisch uitdagend én relevant.
De gids richt zich op de periode vóór 1730, omdat de documentatie over sodomie in deze eeuwen schaars, ongelijk verdeeld en vaak verhuld is. Rond 1230 verschijnen de eerste expliciete vermeldingen in de Nederlandse context, terwijl de uitzonderlijke vervolgingsgolf van 1730 een geheel ander type bronproductie markeert. Door deze periode als eigen onderzoeksveld te behandelen, ontstaat ruimte om te werken met bronnen die minder zichtbaar zijn, maar wel cruciaal zijn voor het begrijpen van vervolgingen in de vroege moderne periode.
Met ‘Noordelijke Nederlanden’ wordt het gebied bedoeld dat grofweg overeenkomt met het huidige Nederland. In deze regio ontwikkelden zich vanaf de middeleeuwen stedelijke rechtspraak, bestuurlijke structuren en archiefpraktijken die bepalend zijn voor hoe sodomie in de bronnen wordt verbeeld. Regionale verschillen, tussen bijvoorbeeld Holland, Utrecht of de oostelijke gewesten, beïnvloeden bovendien welke bronnen bewaard zijn gebleven en hoe gedetailleerd zij zijn.
Deze gids is bedoeld voor bachelorstudenten, onderzoekers en erfgoedprofessionals die weinig of geen ervaring hebben met archiefonderzoek. Ze biedt een overzicht van bronsoorten, uitleg over wat wél en niet in het archief is overgeleverd, en praktische handvatten voor het zoeken, lezen en interpreteren van vroegmoderne bronnen. Het doel is om gebruikers te ondersteunen bij het maken van onderbouwde keuzes tijdens hun onderzoek.
Dit is de eerste blog op de website van IHLIA, vanaf nu zullen deze bijdragen op deze plek gaan verschijnen. Eerdere blogs vind je op de IHLIA Research-website, deze zullen we in de loop van de tijd overzetten.







