Zoeken in de site

Blog #25 Greta van Braam: ‘There are others just like me!’ – door Egbert Fortuin

In de zomer van 2026 maakte ik een afspraak met IHLIA om een aantal nummers te schenken uit de jaren zestig van het Amerikaanse lesbische tijdschrift The Ladder. A lesbian review. Toen ik ze kwam brengen vroeg de medewerker die ze in ontvangst nam, Gerrit, hoe ik aan de tijdschriften was gekomen. Ik heb toen verteld over Greta van Braam (1927-2010), de eerste vrouw die het aandurfde te verschijnen op de cover van The Ladder. Greta was een familielid van de moeder van mijn partner Aschwin en de nummers die ik thuis had, die lopen van februari 1964 tot november/oktober 1971, waren ooit van haar geweest. Ik had ze gekregen van haar partner Roos lang nadat Greta zelf was overleden.

Op onze website schrijven wetenschappers en studenten regelmatig over lhbtqia+-onderzoek. Lees hun bijdragen op ons blog. Vandaag het stuk van Egbert Fortuin. 
Greta van Braam op de cover van The Ladder, vol. 9, no. 2, November 1964

Op de foto zien we Greta toen ze 36-jaar oud was. Greta was een Indonesische vrouw van Nederlands-Indische afkomst. De foto toont Greta– Ger voor familie en vrienden – zittend op het bed. Degene die de foto nam wordt in The Ladder genoemd en was haar goede vriendin en huisgenoot Rora, een vrouw van Molukse afkomst, die ze net had ontmoet. Ze woonden in 1964, toen de foto werd genomen, in Jakarta maar zouden niet lang erna naar Nederland vertrekken om daar een nieuw leven op te bouwen.

Voor veel lesbische vrouwen en mensen die sympathie hebben voor homo-emancipatie, zeker in Indonesië maar ook daarbuiten, was en is Greta een heldin vanwege haar durf om als eerste vrouw openlijk met haar foto op de cover van een lesbisch tijdschrift te staan. Maar ook vanwege de verhalen die zij schreef voor The Ladder en de brieven aan de hoofdredacteur van dat tijdschrift, Barbara Gittings. Die verhalen zijn deels fictieve verhalen met lesbische vrouwen in de hoofdrol, maar ze schreef ook over haar eigen ervaringen als lesbische vrouw in het Indonesië van de jaren zestig en de gevoelens van eenzaamheid en hunkering naar lesbische liefde. Ze vertolkte zo gevoelens die toen, maar nu nog steeds, herkenbaar zijn voor veel lesbische vrouwen. Om die reden maakten de Indonesische en Australische onderzoekers en curatoren van Queer Indonesia Archive de indrukwekkende digitale expositie Letters from Ger die nog steeds online te bekijken en te beluisteren is. Om een echt gevoel te krijgen voor wie Greta was raad ik aan deze online-tentoonstelling te bekijken en te beluisteren, maar deze bijdrage geeft een korte context hierbij, die deels overlapt met deze tentoonstelling.

Greta is, zoals gezegd, een familielid van mijn partner Aschwin en lid van de Indische familie Van Braam. Over die familie heb ik in 2024 het boek Indische adel. De koloniale lotgevallen van de familie Van Braam (Walburgpers) geschreven.

Bijna was Greta niet in mijn boek terecht gekomen. Dat dit wel is gebeurd, is eigenlijk toeval. Om mijn boek aan te kondigen postte ik erover op Linkedin. Judith Schuyf, ook betrokken bij IHLIA, had die post gezien, en stuurde me een bericht met de vraag of mijn boek ging over de Indische familie Van Braam van Ger van Braam. Mijn antwoord was, lichtelijk verbaasd: “Ja”. Ze vertelde ze me dat ze eerder benaderd was door onderzoekers uit Indonesië en Australië die wilden weten hoe het leven van Ger van Braam verlopen was. Greta had meerdere verhalen geschreven voor The Ladder in de jaren zestig maar op enig moment waren haar bijdragen gestopt en leek ze opeens van de aardbodem verdwenen. De onderzoekers hadden intensief onderzoek gedaan, maar konden haar niet meer traceren. Wat was er met haar gebeurd? Ook lukte het hun niet goed te achterhalen wie Greta nou precies was en uit wat voor soort familie ze stamde. Helaas had Judith Schuyf ze niet verder kunnen helpen.

Door mijn onderzoek naar de Van Braams kon ik helpen antwoorden te geven. Maar tegelijkertijd was ik zelf niet op de hoogte van Greta’s lesbische verleden bij The Ladder. Sterker nog, ik wist dat Greta een relatie had gehad met Joost, maar ik was er altijd vanuit gegaan dat dit een man was. Achteraf bleek dit een pseudoniem of bijnaam voor haar vriendin Roos en dat het niet Joost was maar Joos. Ik heb dat nog even nagevraagd bij de familie – “Waren jullie ervan op de hoogte dat Greta lesbisch was?” Antwoord: “Ja, natuurlijk, dat wist toch iedereen?” Behalve ik dus.

Greta in Indonesië

Wie was Greta? Greta werd geboren in 1927 in Batavia als dochter van Johannes (“Jan”) Marius van Braam III en Lucie Anthonio. Haar ouders waren Indische Nederlanders uit Midden-Java. De familie Van Braam had een Nederlandse adellijke afstamming, terwijl de familie Anthonio waarschijnlijk afstamt van een Portugees die eind achttiende eeuw in Indië terecht was gekomen. Vader Jan werkte als inspecteur eerste klasse bij waterstaat en moest voor zijn werk reizen naar verschillende plekken in Nederlands-Indië waaronder Ambon. Na zijn pensioen vestigde hij zich in Poerworedjo [Purworejo] waar hij een plantage kocht genaamd Djenar die hij als een soort hobbyboederij bestierde. Greta groeide op in die idyllische groene omgeving in een gezin met alleen zussen. Tot groot verdriet overigens van haar vader die graag een zoon had gehad met de naam Johannes Marius IV om zo de familietraditie van de Van Braams voor te zetten.

Familiefoto jaren dertig van de zussen van Greta van Braam. Greta staat precies in het midden achter de familiehond en heeft als enige van de zussen geen jurk aan. Als jong meisje wilde Greta liefst in broeken lopen zoals ze beschrijft in haar korte verhaaltje Youth – Romance (augustus 1965) uit The Ladder. In de tentoonstelling Letters from Ger wordt een ander meisje aangeduid als Greta, maar dit is later door een familielid gecorrigeerd.

Haar fijne jeugd eindigde met de oorlog en de Japanse bezetting in 1942. Het familiehuis werd eerst deels vernietigd door de Japanners en erna gevorderd. Haar vader overleed kort erna, toen Greta 13 was, door een gebrek aan medische hulp. Greta en moeder en zussen leefden in een bijgebouw van de familieplantage, en werden door de Japanners gedwongen op het land te werken. Na enig moment werden ze gedwongen in een interneringskamp geplaatst. Daar werd Greta zwaar mishandeld wat een blijvende schade aan haar gezondheid zou geven. Toen de oorlog voorbij was verklaarde Indonesië de onafhankelijkheid op 7 augustus 1945 in een verklaring van Soekarno en Mohammad Hatta. Dat was het begin van een nieuwe oorlog. Het familiehuis in Purworejo werd gebombardeerd door de Indonesiërs die bang waren dat de Nederlanders er een kamp zouden opzetten. Toen de onafhankelijkheidsoorlog uitbrak tussen Nederland dat de onafhankelijkheid niet erkende kwam Greta met haar moeder haar zussen terecht het Republikeins kamp Poerworedjo, waar vooral Indische Nederlanders door het Indonesische leger bewaakt en beschermd werden voor aanvallen van Indonesiërs die ze niet goed onder controle hadden. In juli 1946 werden ze vanuit daar door het Rode Kruis naar Jakarta geëvacueerd.

Sommige van haar zussen vertrokken met hun echtgenoten in de jaren vijftig naar Nederland, terwijl andere zussen, net zoals Greta, in Indonesië bleven en ook de Indonesische nationaliteit aannamen. Sommigen van deze zussen hadden al tijdens de onafhankelijkheidsoorlog een pro-republikeinse positie ingenomen en soms meegeholpen in de strijd tegen de Nederlanders. Na de oorlog trouwden twee zussen met adellijke Indonesiërs die ook een rol hadden gehad in die strijd.

Greta schrijft in haar brieven aan Barbara Gittings van The Ladder dat ze voor de Indonesische nationaliteit koos mede vanwege het familielandgoed Djenar bij Purworejo, waar ze heeft geleerd om van het land en haar mensen te houden. Ze is nog nooit in Nederland en sympathiseert met de Indonesische republikeinen, ook al was Greta’s meest nabije taal het Nederlands, de taal waarin ze ook droomde.

Uit het Indisch paspoortarchief kunnen we opmaken dat Greta in de jaren vijftig een Nederlands paspoort heeft aangevraagd. Door het paspoort staat echter een rood kruis met de letters W. N. Dat staat voor “warga negara”. Met andere woorden, Greta had wel geprobeerd de Nederlandse nationaliteit aan te vragen, maar omdat ze daarvoor, begin jaren 50, al de Indonesische nationaliteit had aangevraagd was dat geweigerd.

Indische paspoortaanvraag voor Nederlandse nationaliteit van Greta van Braam.

Omdat haar familie dat van haar verwachtte trouwde Greta in 1957 met August Fauser, net zoals zij een Indische Nederlander die in Indonesië was gebleven, maar het huwelijk werd al binnen drie maanden ontbonden, tot grote ontsteltenis van haar familie. Er was een jaar lang geen contact tussen Greta en haar familie maar gelukkig werd het contact erna hersteld. Intussen had ze een administratieve baan gevonden bij haar Indonesische zwager, lid van een adellijke Javaanse familie die was getrouwd met een zus van haar.

Greta’s kennismaking met The Ladder

Door een penvriendin in Nederland, Len, met wie ze later ook een relatie kreeg, kwam Greta achter het bestaan van het Amerikaanse lesbische blad The Ladder. A lesbian review. Niet alleen had ze daardoor het gevoel niet meer alleen te zijn als lesbische vrouw, maar het was ook een mogelijkheid om iets te doen met haar literaire talenten. In 1963 stuurde ze daarom een kort verhaal op naar The Ladder getiteld A Dope (“Een sukkel”) dat zich afspeelt in een niet nader genoemde plek, misschien wel Bali.

Het verhaal A Dope gaat over Lola, Terry en Joan en draait om liefde, jaloezie en onzekerheid binnen een relatie. Lola werkt als receptioniste bij Shell en ontmoet op het vliegveld Joan, een stewardess van Pan Am. Ze nodigt Joan uit om bij haar en haar vriendin Terry te logeren.

Terry is een rustige, verlegen kunstenares die Balinese danseressen schildert. Ze houdt veel van Lola, maar heeft het gevoel dat Lola haar te saai vindt en liever met andere mensen omgaat en daarom andere vrouwen thuis uitnodigt. Om Terry te helpen besluit Joan, de stewardess, Lola jaloers te maken door innig met Lola’s vriendin Terry, de kunstenares, te dansen. Dat lukt en Lola voelt zich een sukkel omdat ze haar liefde voor Terry niet eerder realiseerde, terwijl Joan stiekem denkt dat zij ook een sukkel is omdat ze juist iets is beginnen te voelen voor Terry. Het is aanlokkelijk om in de schuchtere kunstenares Terry die zich geliefd wil voelen Greta te zien die, toen ze het verhaal schreef, hunkerde naar liefde.

Schriftje waarin Greta haar (ook niet gepubliceerde) verhalen voor The Ladder schreef.

Greta was mede geïnspireerd om te gaan schrijven door het boek The Well of Loneliness uit 1928 van de Britse auteur Radclyffe Hall die schreef over de pijn een eenzaamheid van de lesbische liefde, en de The Price of Salt uit 1952 van Patricia Highsmith (pseudoniem Claire Morgan), een liefdesroman over lesbische liefde met een happy end dat ook in haar verhaal A Dope een rol speelt. Beide boeken kreeg ze opmerkelijk genoeg van de man met wie ze zo kort getrouwd was. Misschien dat hij vanaf het begin wel door had gehad dat Greta geen gewone heteroseksuele vrouw was.

In haar brief aan Barbara Gittings (10 november 1963) schrijft Greta: ‘Romans en alles wat ik over “onze mensen” lees, klinken voor mij als sprookjes; angstaanjagend, fascinerend en wonderbaarlijk’. Literatuur was dus een manier om in contact te komen met lesbische vrouwen, iets wat in het echte leven niet lukte, of zoals Greta het verwoordt: ‘In Jakarta, deze stad met miljoenen inwoners, moeten er toch honderden zijn zoals ik, vrouwen die wachten, zich afvragen, ergens naar verlangen, net als ik? Waarom kan ik hen dan niet vinden? Waarom zijn ze zo onzichtbaar, zo verborgen?’

Greta’s verhaal werd gepubliceerd, waarna ze een correspondentie begon met Barbara Gittings, de oprichtster en hoofdredacteur van The Ladder. In de brieven vertelt Ger (Greta) over zichzelf, haar familie en het leven van een lesbische vrouw in Indonesië, over het gevoel van isolatie, maar ook over de Indonesische cultuur en de houding ten opzichte van homoseksualiteit. Dat thema vinden we ook terug in een stuk dat ze in juni 1964 in The Ladder schreef getiteld Isolation in Indonesia.

Pagina van Isolation in Indonesia, van Greta van Braam in The Ladder (juni 1964).

Het is een persoonlijk relaas van haar gevoel van isolatie als lesbische vrouw in Indonesië. Ze beschrijft ook hoe veel Indonesische vrouwen wel seksuele relaties hebben met andere vrouwen, maar daarna trouwen en zichzelf ook niet identificeren als lesbisch, iets wat Greta wel deed. Greta bleef daardoor achter met het gevoel de enige lesbische vrouw te zijn in Jakarta, de stad van miljoenen inwoners.

Het vervolg op dit bericht uit Indonesië verscheen in november 1964 onder de titel Thanksgiving from Indonesia en is heel anders van toon. Het behandelt haar kennismaking met andere lesbische vrouwen zoals haar bovengenoemde vriendin Rora, die werkt als secretaresse en Shell-receptionist op het vliegveld.1 Maar ze schrijft ook over de kennismaking met mannelijke homoseksuelen. Anders dan Greta zijn zij schaamteloos “anders”, ofwel uitgesproken “vrouwelijk”, maar praten naar Greta’s smaak wel te veel over seks. Ook beschrijft ze haar eerste lesbische liefde met een getrouwde vrouw met een jonge zoon genaamd Hetty. In hetzelfde nummer wordt door de redactie gevraagd om boeken te doneren die naar Greta in Indonesië kunnen worden gestuurd om Greta’s leeshonger te stillen.

Ook in de periode erna vinden we heel korte romantische verhalen– of beter verhaalfragmenten – van Greta’s hand in The Ladder zoals Prelude (januari 1965) en Nothing else (februari 1966), en Youth – Romance (juli, augustus 1965), maar de krachtigste verhalen en de meeste indruk maken haar brieven aan Barbara Gittings, waarvan de overgeleverde correspondentie van slechts tien brieven loopt van 27 oktober 1963 tot 9 november 1964, een jaar lang dus. In de digitale expositie van het Queer Archive Indonesia worden deze verhalen voorgelezen in het Engels door Indonesische queer-activisten waardoor je op ontroerende wijze wordt meegenomen in de emoties van Greta.

De laatste brief van Greta beschrijft haar groeiende onvrede met en afkeer van de politieke situatie en corruptie in Indonesië. In 1964 was Indonesië politiek en maatschappelijk sterk verdeeld. De economie verslechterde door hoge inflatie, tekorten en financiële problemen, waardoor de bevolking het moeilijker kreeg. De groeiende tegenstellingen en problemen zouden in 1965 leiden tot een grote politieke crisis. In 1965 vond in Indonesië een mislukte staatsgreep plaats, gevolgd door een grote massamoord op communisten en een machtsovername door generaal Soeharto. Die crisis zou Greta niet meer meemaken, want in 1964 reisde ze op een Indonesisch paspoort naar Italië. Vanuit Genua nam ze de trein naar Amsterdam waar ze aankwam in maart 1964. Ze verbleef daarna min of meer illegaal in Nederland. Ze trok in bij haar vriendin Rora in Amsterdam, die een kamer had waar ze tijdelijk kon wonen. Daarna kon ze onderdak vinden bij haar zus Eddy in Oosterhout waar ze tot 1970 bleef. In 1969 kreeg ze de Nederlandse nationaliteit, waardoor ze in Nederland kon blijven en een eigen huurhuis kon krijgen in Breda. Later ging ze aan het werk als secretaresse en boekhoudster van de personeelsafdeling bij de Stichting Samenlevingsopbouw en Sociaal Cultureel Werk in Tilburg. Ze had ook een partner gevonden, Annelies, met wie ze samenwoonde. De relatie hield uiteindelijk geen stand.

Greta in Nederland

Haar leven in Nederland moet soms moeilijk zijn geweest. Er was veel discriminatie tegen Indische Nederlanders en Indonesische diploma’s werden niet als geldig beschouwd. Hierdoor moesten de meeste Indische Nederlanders werk doen dat onder hun opleidingsniveau lag. Bovendien werd Greta geplaagd door trauma’s en lichamelijke problemen uit de oorlog, die erna nog erger werden door een mislukte operatie. Op enig moment lukte het daarom niet meer om te werken. Misschien kwamen Greta’s dromen die ze in Indonesië had gehad over werken in het buitenland en zelfontplooiing dan ook niet uit.

Waarschijnlijk zette dit Greta er ook toe aan zich meer op kunst en schilderen te richten. Ze begon een schildersopleiding die ze met succes afrondde. Het onderwerp van haar schilderijen was vaak de natuur en Indonesië, het land dat ze bleef missen.

Greta aan het schilderen, eind jaren zestig, begin jaren zeventig.

Greta ging terug naar Indonesië om voor haar zieke moeder te zorgen en bleef er een aantal jaar. Eind 1982 kwam Greta terug naar Nederland. Gelukkig kon ze weer bij familie in Oosterhout terecht. Ze kwam ook weer in contact met de Nederlandse penvriendin uit haar laatste periode in Indonesië die haar op The Ladder had gewezen.

In juni 1982 ging ze bij deze vriendin, Len, wonen, en de vriendschap ging over in een liefdesrelatie. Len had een oude boerderij aan de rivier de Meije in Zegveld, bij Utrecht, met een grote tuin met veel fruitbomen. Voor Greta voelde dit als haar jeugd bij Poerworedjo, waar ze was opgegroeid op het familielandgoed: buiten leven, honden en katten, kippen, tuinieren en vissen in de rivier de Meije.

Len nodigde ook veel van haar lesbische vriendinnen uit in het huis en samen hadden ze een heerlijk leven. Greta was bovendien een buitengewoon gastvrije vrouw en zorgde altijd voor heerlijke hapjes en drankjes voor deze grote vriendengroep. Ze raakte geïnteresseerd in astrologie en werd een zeer deskundige, maar tegelijkertijd ‘nuchtere’ astroloog. Later in haar leven hield ze zich bezig met Reiki en acupunctuur.

Opmerkelijk is dat ze sinds haar komst naar Nederland geen verhalen voor publicatie meer heeft geschreven. Dat beschouwde ze op latere leeftijd als een jeugdzonde. Wel schreef ze korte observaties uit haar dagelijks leven die te maken hadden met liefde en relaties.

Voor Greta was het korte schrijverschap vooral een manier geweest om een connectie te leggen met anderen, een manier om iets te doen met haar gevoelens voor vrouwen in een wereld waarin het in het echte leven niet mogelijk was om echt lief te hebben. Maar in Nederland kon ze wel echt liefhebben en openlijk als lesbische vrouw leven ook als was dat wel binnen een “commune”-achtige setting. De noodzaak om te schrijven was daarmee verdwenen. Greta had voor haar gevoel eindelijk een echt “thuis” gevonden waar ze ook zichzelf kon zijn. Aan haar partner Len schrijft ze:

‘Ik ben zó happy met en in ons gedoetje dat ik gewoon kan voelen hoe ik wortel schiet en gedij! We hoeven niet meer zo nodig over “altijd” te praten want het is een feitelijk gegeven: hier bij jou hoor ik thuis en bij jou heb ik eindelijk een “thuis” en met jou is mijn leven gevuld. Ik ben gelukkig mijn lief en besta door en voor jou. Je wederhelft “Ik-ben-van-jou.”’

Greta van Braam begin jaren tachtig.

Haar liefde ging over in een vriendschap en in 1985 ontmoette ze Roos, ook wel “Joos” of “Jooske” genoemd met wie ze tot haar dood samen zou blijven in Harmelen. Zij was degene van wie ik de nummers van The Ladder kreeg. Met Roos had Greta eindelijk rust in haar leven gevonden.

Roos (‘Joos’) en Greta, midden jaren tachtig.

Greta overleed op 4 april 2010 aan de gevolgen van een beroerte. Ze was 83 jaar oud toen ze overleed. Terugkijkend kunnen we zeggen dat Greta in haar leven haar eigen thuis had gevonden, een plek waar ze zelfstandig haar leven kon vormgeven zoals zij dat wilde: eerst bij haar vriendin Len die aan de rivier de Meije woonde en later met Roos. Haar droom van een leven in vrijheid, die ze in 1964 in Indonesië had gekoesterd, was werkelijkheid geworden.

Greta hield zich in Nederland niet bezig met activisme voor de lesbische zaak en wilde een meer teruggetrokken privéleven leiden, hoewel ze haar seksuele geaardheid niet verborgen hield. Greta was geen activist in de traditionele zin van het woord, maar vooral iemand die zichzelf wilde zijn en zocht naar haar identiteit als lesbische vrouw. Literatuur en schrijven, ook in de brieven aan Barbara Gittings, waren manieren om die identiteit vorm te geven.

Toch is Greta een belangrijk rolmodel voor andere lesbische vrouwen, zeker voor lesbische en queer mensen uit Indonesië, maar ook breder voor mensen uit de LHBT+gemeenschap uit de hele wereld vanwege haar ontroerende stukken uit The Ladder, haar brieven en haar foto op de cover van The Ladder. Hoewel haar oeuvre klein is, representeert ze op een prachtige en herkenbare manier wens om jezelf te kunnen zijn, liefde te ervaren en connectie te hebben met andere mensen zoals jij.

Juist in een wereld waar de LHBT+-gemeenschap onder grote druk staat, denk aan het verbod op zogenaamde “homo-propaganda” in Rusland, maar ook de toenemende homohaat in Nederland, bijvoorbeeld onder jonge mensen, is de stem van mensen zoals Greta van Braam extra krachtig, omdat ze uiting geeft aan de gevoelens van heel veel andere lesbische vrouwen die op zoek zijn naar hun lesbische identiteit en lesbische manier van leven.

  1. In de brief van 8 mei 1964 aan Barbara Gittings schrijft Greta dat Rora voor Shell op het vliegveld werkt en Europese expat-vrouwen moet begeleiden, die kennelijk soms naar Bali vliegen om erotische ervaringen te hebben met Balinese vrouwen. Bovendien schrijft Greta dat ze op enig moment samenwoont met twee andere vrouwen, namelijk haar nieuwe vriendin Hetty en huisgenoot Rora. Daarmee zijn er opmerkelijke overeenkomsten tussen de personages uit A Dope en het leven van Greta zelf, hoewel het verhaal A Dope verscheen voordat ze, volgens eigen zeggen, Rora ontmoette. ↩︎
Literatuur en bronnen

Literatuur
Fortuin, Egbert. Indische adel. De koloniale lotgevallen van de Indische familie Van Braam. Zutphen: Walburg Pers, 2024.

Tijdschriftartikelen
Van Braam, Ger. “A Dope.” The Ladder 7, nr. 11 (augustus 1963): 12–18.

Van Braam, Ger. “Notes from Abroad: Isolation in Indonesia.” The Ladder 8, nr. 9 (juni 1964): 9–11.

Van Braam, Ger. “Notes from Abroad: Thanksgiving.” The Ladder 9, nr. 2 (november 1964): 9–12.

Van Braam, Ger. “Notes from Abroad: Gift Books for Indonesia.” The Ladder 9, nr. 3 (december 1964): 24–25.

Van Braam, Ger. “Prelude.” The Ladder 9, nr. 4 (januari 1965): 12.

Van Braam, Ger. “Youth–Romance.” The Ladder 9, nrs. 10–11 (juli–augustus 1965): 22.

Van Braam, Ger. “Nothing Else.” The Ladder 10, nr. 5 (februari 1966): 24.

Digitale bronnen en online exposities
Queer Indonesia Archive. “Letters from Ger.” Digitale expositie, gelanceerd op 9 juli 2023 in Melbourne.

Archiefbronnen
New York Public Library (NYPL), New York. Barbara Gittings Collection. Tien brieven tussen Ger [Greta] van Braam en Barbara Gittings, 1964.

Privéarchief Van Braam.

Nationaal Archief, Den Haag. Archief Nederlandse Rode Kruis: Familiedossiers Nederlands-Indië, toegangsnummer 2.19.281, inventarisnummer 33894/NI 34.031 (602/47), “Geïnterneerden en kinderen uit het beschermingskamp te Poerworedjo,” ontvangen 24 juli 1946; Batavia, 29 juli 1946.
Deel dit berichtFacebookXWhatsApp
Join the discussion

Menu

Contact

Bezoekadres IHLIA
OBA Oosterdok
Oosterdokskade 143, 3e verdieping
1011 DL Amsterdam

Tel: 020-5230837
E-mail: info@ihlia.nl

Exposities op het IHLIA-plein
Dagelijks gratis te bezoeken, volg openingstijden OBA